Het is weer voorbij die mooie vorstperiode. Sinds tenminste het jaar 1901 waren de eerste 12 dagen van februari bij lange na niet zo koud als dit jaar. Er wordt dus geschiedenis geschreven. En dat in de 21e eeuw, een tijdperk waarin het wereldwijde overduidelijk warmer wordt.
Zo blijkt maar weer: ook als de wereld opwarmt kunnen wij nog te maken krijgen met ouderwetse winterkou. Er zijn zelfs wetenschappers die een verband leggen tussen het smelten van het poolijs en het kouder worden van winters in Europa.
De Elfstedentocht ging niet door. Een wijs besluit. Maar de schaatskoorts werd er niet minder door. Vooral afgelopen zaterdag werd er massaal geschaatst. In het nieuws sprak men van een miljoen mensen die de ijzers onderbonden om deel te nemen aan een van de circa 170 toertochten die waren georganiseerd. Ook uniek.
Zelf heb ik genoten van de Twee-Provinciëntocht, op de grens van Utrecht en Zuid Holland. Wat een sfeer, wat een landschap. Maar het is allemaal voorbij. Operatie dooi begon zondag en ging zoals verwacht hand in hand met overlast. Maandagochtend was het op plekken waar niet wordt gestrooid, spekglad door ijzel. Je kon bijna op de stoep schaatsen.
Woensdag (15-2) ga ik kijken naar het kruiende ijs op het IJsselmeer. Altijd weer een spectaculair schouwspel. En de winter? Die neemt even afstand. Maar het is te vroeg om de voorjaarsvlag uit te hangen. Gelukkig ligt er nog voldoende zout in de loodsen van ACV.







